1. Hoe ben ik bij de club gekomen?
Ik kwam op het idee om weer te
gaan rolskiën door een wervende
babbel van Ybelle. In mijn puberjaren
deed ik eens een korte cursus
op houten rolski’s in het Amsterdamse
bos. Ik had daar goede
herinneringen aan: intensief en
lekker buiten.
Bob heeft mij vorig jaar op de club
een introductiecursus
gegeven.
Leuk! En prettig
om op details van
de beweging
gewezen te
worden.
Rolski is een
sport die ik in
m’n eentje zou
kunnen doen,
maar mederollers
zijn welkom om
het ook echt te
gaan doen.
Ik vind dat ik nog
steeds voor spek
en bonen meedoe:
de zondagen zijn gevuld met
zorgtaken en “taxi”klussen waar ik
me niet altijd van los kan maken
(moeders op leeftijd, weet je wel).
En daarbij is het fijn om als gezin
eens rustig samen aan een vrije dag
te kunnen beginnen.
En dus ben ik er niet altijd... Zolang
ik daar ruimte voor neem en krijg,
blijft het goed om toch lid te zijn!
2. Of ik nog iets zou willen veranderen
in de club ?
Ik voel me ongelofelijk verwend met
zoveel rolmateriaal in de kast van
het clubhuis. De laatste keer dat we
rolden wisselden we vijf keer van
plankjes om te oefenen met lang en
kort, dikke of dunne wieltjes, met
blokkering of zonder. Een prima
manier om te weten te komen
welke ik het liefst zelf zou aanschaffen!
Mijn val tijdens die laatste tocht
(met mijn hoofd op een betonnen
rand naast het pad) heeft ons als
club wakker geschud voor een
betere bescherming. Laten we
inderdaad voortaan maar een
helmpje dragen. Ik speel voor
verdronken schaap!
En wat betreft de ‘clubdag’: tegen
de vrijdag of zaterdag heb ik ook
geen bezwaar!
Maar verder zie ik veel enthousiasme
en veerkracht in de club. En
daar geniet ik van.
3. Fietsen als sport.
Ik fiets van hot naar her en noem
dat dan maar mijn sport. Ik woon
ver genoeg van mijn werk in Amsterdam
Oost om vier dagen per
week lekker door te kunnen trappen,
dwars door de polders aan de
oostkant van Amstelveen, langs de
Amstel richting Berlagebrug.
Daarbij volg ik al jaren yogalessen.
Ik gaf eens zelf les en ben me
daardoor des te meer bewust van
de verschillende bewegingen. Ook
hier weer houd ik van de aandacht
voor detail. En zo’n yogales mag
best pittig zijn.
In vakanties wil ik met mijn man en
zoons (12 en 17 jaar) nog wel eens
ruige dingen doen: kanoën en
raften, klettersteig, mountainbiken
en fietsen. Einden lopen is vooral bij
mij zelf favoriet.
In de komende maand juli maken
we een fietstrektocht over de
Italiaanse heuvels van Tirente en
Zuid-Tirol. We hebben gezelschap
van ouders met puberkinderen
(13-18 jaar) en gaan eens zien wie
wie er uit zal fietsen!

4. Wat doe ik in mijn dagelijks
leven?
Ik ben persoonlijk begeleider A
–zeg maar maatschappelijk werker bij
Cordaan. Ik werk met mensen
met een licht verstandelijke beperking
en (soms) psychiatrische
aandoening. Ze wonen zelfstandig
in Amsterdam Oost en Watergraafsmeer
en zijn “burgers in Amsterdam”
zoals jij en ik. Maar ze hebben
wel hulp nodig om hun hoofd boven
water te houden in onze snelle en
ingewikkelde wereld. Mijn klanten
zijn merendeels mannen, tussen 23
en 60 jaar van wie de meeste
aangepast werk hebben. Een
enkeling heeft een gezin. Sommigen
hebben geld, anderen zijn meer
dan platzak. Er zijn er die worstelen
met een verslaving. Anderen
hebben te kampen met schizofrenie
of een borderlinesyndroom.
Mijn werk met deze gasten zie ik
vaak als een grote soap: altijd
gebeuren er onverwachte dingen of
zijn er nieuwe ontwikkelingen.
Ik heb veel scholing gevolgd en ook
een aantal jaren leiding gegeven in
zorg en welzijn. Maar ik ben het
beste op mijn plek dicht bij de
klanten zelf. En vooral bij hen die
het minder getroffen hebben in het
leven: mensen die niet vanzelfsprekend
een plek hebben in onze
maatschappij. Ik geef ook graag
begeleiding aan studenten in het
vak. Daar wil ik me in de toekomst
meer op gaan toeleggen.
5. Heb ik een passie ?
Tja, wat is een passie?
Ik kijk met bewondering en verbazing
naar de kunstenaar die verwoed
een vorm zoekt voor zijn
droom, naar de sporter die tot “het
Puntje” gaat, naar een vriend van
mij die op zijn 60-ste ontdekte dat
het zijn werkelijke passie is om
eindeloos over de wereld te wandelen.
Of naar mijn vader die vorige
maand na 20 jaar zijn grote literaire
en historische onderzoekswerk
voltooide (en daarvoor zelfs koninklijk
onderscheiden werd). Allemaal
gedreven mensen die je voor gek
zou kunnen verklaren, maar die dat
zelf niet uitmaakt omdat ze geloven
in wat ze doen. Of het gewoon niet
laten kunnen.
Ikzelf ben altijd maar aan het
speuren naar wat het denken
onrustig maakt. Beter gezegd wil ik
weten hoe de denkgeest getemd
kan worden. Zoals de berijder van
de os als de menner van het beweeglijke
denken: “Riding the ox
home”. Uiteindelijk gaat het om wat
achter het denken ligt: vrede, als
overwinning van angst.
6. Verder nog een tip voor muziek,
een boek of een mooie film ?
Ik houd ervan om zelf muziek te
maken. Maar ik ben het wel steeds
simpeler gaan doen. Van viool,
toetsen en toeters ben ik uiteindelijk
bij de djembé aangeland!
Als je van een goede film houdt,
heb je vast al eens “Scent of a
woman” gezien met Robert de Niro
als oud-generaal. Verder kan ik
“Holes” aanraden met Signourey
Weaver (of het boek, geschreven
door Louis Sachar).
Als indrukwekkend boek noem ik
“De danseres zonder benen” van
Clara Asscher-Pinkhof van een tijdje
geleden alweer, maar zo groots! De
diepgang en moed van de schrijfster
inspireren me nog steeds.
En verder houd ik van zon en
(slaafvrije) chocola. Dat daarvan nog
maar veel over de aarde moge
stromen!
Sumitra